Registreer voor nieuws

Watersommelier nieuws


Ontvang HTML?

Ijzer (Fe)

PDF Afdrukken E-mail

Functie

IJzer is een onderdeel van hemoglobine en van myoglobine, die beide een rol spelen in het zuurstoftransport. Hemoglobine is de rode kleurstof van bloed. Myoglobine zit vooral in spieren. Hemoglobine is de stof in het bloed die zuurstof bindt en deze vanuit de longen naar de cellen vervoert. IJzer is eveneens aanwezig in de cytochromen die essentieel zijn voor de celademhaling. Daarenboven is ijzer belangrijk voor talrijke oxydatie-enzymen. IJzerreserves komen in het organisme voor onder de vorm van ferritine en van hemosiderine in zowel de lever, de milt, het beenmerg als in de skeletspieren.

Voeding

Van het ijzer in onze voeding wordt maar 10 % opgenomen. Mensen met een grotere behoefte aan ijzer, zoals kinderen, zwangere vrouwen en zieken, kunnen meer ijzer opnemen uit het voedsel door aanpassingen van het lichaam. De opname hangt sterk af van de vorm waarin het ijzer in het voedsel voorkomt. Plantaardig ijzer (bv. spinazie) wordt meestal slechter opgenomen dan dierlijk ijzer (bv. bloed, vlees). Ook wordt de opname beïnvloed door andere stoffen in ons dieet. Sommige stoffen, zoals vitamine C, bevorderen de opname van ijzer. Andere stoffen, zoals tanninen (oa in thee en walnoten), fytaten (in granen), oxalaten (oa in rabarber), fosfaten, cafeïne (in koffie), polyfenolen (in fruit), soja-eiwitten, ei-albumine en caseïne (in melk) kunnen de opname van ijzer verminderen.

Dit is echter ook weer afhankelijk van de vorm van het ijzer in het product.

  • Goede ijzerbronnen zijn onder andere : vlees, vis, gevogelte, broccoli, bloemkool, pompoen, tomaten en citrusvruchten.
  • Matige ijzerbronnen zijn aardappelen, wortelen, ananas en bloem zonder zemelen.
  • Slechte ijzerbronnen (meestal door aanwezigheid van remmende stoffen) zijn rijst, meel met zemelen, appelen, bananen, peren, rabarber, spinazie, noten, amandelen en eieren

Behoefte

De behoeften zijn in verhouding tot het lichaamsgewicht het grootst gedurende het eerste levensjaar en dan vooral tussen de 4 en 12 maanden. Tijdens de eerste 3 à 4 maanden beschikt de pasgeborene over een goede ijzerreserve, voornamelijk in de lever en de rode bloedcellen (ongeveer 50 mg per kg lichaamsgewicht). Het hoge hemoglobineniveau bij de geboorte vormt een belangrijke ijzerreserve, die tijdens de eerste 6 à 8 weken aangesproken wordt. Dit mechanisme laat toe het hemoglobineniveau op een peil van 12 g per liter te houden tot de leeftijd van 3 à 4 maanden. De totale ijzerreserve van het organisme blijft dus stabiel op ongeveer 250 mg, terwijl het gemiddeld lichaamsgewicht van 3,5 naar 6 kg stijgt. Vanaf deze leeftijd is een externe ijzeropname van 0,7 mg per dag noodzakelijk om het haemoglobine op een normaal peil te houden. Dergelijke opname laat tevens toe de ijzerreserve naar ongeveer 330 mg op 6 maanden en 450 mg op 12 maanden te brengen. Gezien de verliezen wordt de behoefte tijdens het eerste levensjaar op 0,9 mg ijzer per dag geraamd. Tijdens de tienerjaren neemt de groei aanzienlijk toe en de gemiddelde behoefte aan ijzer bedraagt ± 1,5 mg per dag. Dit leidt tot een aanbeveling voor jongens van 10 tot 13 mg per dag. Voor meisjes in de puberteit is hieraan nog de hoeveelheid toe te voegen, nodig om de maandstonden te compenseren. Voor volwassenen geldt een dagelijkse aanbevolen opname van 9 mg per dag voor de man en 8 mg per dag voor de vrouw, verhoogd met 12 mg per dag tot 20 mg per dag om de menstruatie te compenseren.

De ijzeropname van zwangere vrouwen moet de verliezen compenseren, in de placentaire en foetale behoeften voorzien en de uitbreiding van de rode celmassa mogelijk maken. Dit komt neer op een totaal van ongeveer 1 g voor de ganse zwangerschapsperiode. IJzersupplementatie is bijgevolg nuttig na het eerste trimester van de zwangerschap. Tijdens de borstvoeding geldt een aanbeveling van 10 mg per dag. IJzertekort leidt tot anemie, met als gevolg: verlaagd lichamelijk uithoudingsvermogen bij de volwassene, aantasting van de psychomotorische ontwikkeling van kinderen, invloed op de zwangerschap en op het vermogen om weerstand te bieden aan besmettingen.

Tekorten aan ijzer komen voor bij mensen die veel ijzer verliezen uit wonden en als de darm het ijzer niet goed opneemt. Dit kan al optreden bij een relatief gering gebrek aan ijzer. De belangrijkste risicogroepen voor een ijzertekort zijn: zuigelingen, adolescenten en vooral jonge meisjes die snel groeien en al menstrueren, vrouwen in het algemeen en zwangere vrouwen in het bijzonder.

Een teveel aan ijzer veroorzaakt een verhoogde bloedafbraak. Het ijzer dat hierbij vrijkomt wordt niet uitgescheiden maar opgeslagen in organen, waardoor deze beschadigen. Misbruik van ijzersupplementen kan leiden tot vergiftiging van de lever, de milt en andere organen, tot constipatie en groeistoornissen bij kinderen.

Aanbevolen dagelijkse opnamehoeveelheid Ijzer (Fe) L

leeftijd Ijzer (milligram)

  • 0 - 3 maand 107
  • 4 - 5 maand 4,3 - 10
  • 6 - 11 maand 10
  • 1 - 10 jaar 10
  • 11 - 14 jaar - man 10
  • 11 - 14 jaar - vrouw (zonder menstruatie ) 10
  • 11 - 14 jaar - vrouw (met menstruatie ) 22 1
  • 5 - 18 jaar - man 3
  • 15 - 18 jaar - vrouw (zonder menstruatie) 9
  • 15 - 18 jaar - vrouw (met menstruatie) 21
  • volwassen - man 9
  • volwassen - vrouw (zonder menstruatie ) 8
  • volwassen - vrouw (met menstruatie ) 20
  • 60 - plussers 10
  • zwangerschap 10
  • borstvoeding 10